
Kom naar de lezing in Sprekerscafe Gouda
Je bent volwassen. Je hebt je eigen leven opgebouwd, werk gekozen, relaties gevormd, overtuigingen ontwikkeld en waarschijnlijk het gevoel dat je inmiddels behoorlijk goed weet wie je bent. Totdat je weer met je familie aan tafel zit. Eén opmerking van je moeder, een bekende reactie van je broer of een oude verwachting die nooit expliciet is uitgesproken en ineens merk je dat je reageert zoals je twintig of dertig jaar geleden ook reageerde.
Hoe kan dat? Familie is veel meer dan een verzameling mensen met wie we genetisch verwant zijn. Het is meestal ook de eerste sociale omgeving waarin we leren wie we zijn, wat van ons wordt verwacht, wat waardering oplevert, hoe mensen met conflicten omgaan en hoeveel ruimte er bestaat om anders te zijn.
Daar kunnen rollen ontstaan. De verantwoordelijke. De helper. De vredestichter. De rebel. Degene die altijd presteert. Degene die de sfeer erin houdt. Soms blijven zulke posities verrassend lang bestaan.
Maar er is nog een andere manier hoe familie ons beïnvloedt. Sommige familieleden worden voorbeelden naar wie we opkijken. Andere spelen nauwelijks een rol in de richting die we kiezen. En er kunnen mensen zijn bij wie we juist denken: als ik ergens niet op wil lijken, dan is het daarop. Ook dat is invloed.
Familie als eerste oefenplaats
Een kind krijgt geen handleiding mee over hoe het leven werkt. Het kijkt, luistert en ervaart. Hoe gaan mijn ouders met elkaar om? Wat gebeurt er als iemand boos wordt? Wordt er thuis over gevoelens gesproken? Hoe belangrijk zijn werk en geld? Wat verstaan wij onder succes? Hoe gaan we met tegenslag om? Mag je van mening verschillen? Wat levert waardering op? Waarover wordt liever gezwegen?
Zo ontstaat geleidelijk een eerste beeld van de wereld en van onze eigen plaats daarin. Dat betekent niet dat familie bepaalt wie we worden. Daarvoor is menselijke ontwikkeling veel te complex. Aanleg, temperament, vrienden, school, partners, cultuur, maatschappelijke omstandigheden, kansen, tegenslagen en toevallige ontmoetingen spelen allemaal mee.
Familie is dus geen bestemming. Maar ze vormt wel een belangrijk deel van het landschap waarin identiteiten zich ontwikkelen. Sommige delen van dat landschap dragen we ons hele leven mee.
Hoe kan familie eigenlijk invloed uitoefenen?
Er bestaat niet één formule waarmee familiedynamiek kan worden verklaard. Wel zijn er verschillende psychologische mechanismen die helpen begrijpen hoe invloed kan ontstaan. Ik ben zelf dol op modellen en mijn lezing ga ik er enkele delen met het publiek. Van een daarvan licht ik het tipje van de sluier: het bestaat uit vijf eenvoudige ingangen: zien, beloond worden, vergelijken, een rol innemen en betekenis geven.
We leren door te kijken
Veel leren begint met observeren. Kinderen zien hoe belangrijke mensen zich gedragen en ontdekken daarmee mogelijke manieren om zelf in het leven te staan. Hoe wordt een conflict opgelost? Wie neemt beslissingen? Wat doe je wanneer iets mislukt? Mag je kwetsbaar zijn? Hoe toon je genegenheid? Hoe ga je met geld om?
We kunnen gedrag vervolgens overnemen. Maar het tegenovergestelde is eveneens mogelijk. Iemand die opgroeit met een extreem voorzichtige ouder kan zelf voorzichtig worden, maar later ook besluiten: zo wil ik niet leven; ik wil juist risico durven nemen.
In zowel het ene als het andere voorbeeld heeft dat invloed gehad.
We leren van wat waardering oplevert
Kinderen merken bijzonder snel welk gedrag positieve reacties oproept. Je kreeg bijvoorbeeld veel waardering voor goede rapportcijfers, zoals ik. Of omdat je behulpzaam was. Misschien was jij degene die nooit problemen veroorzaakte. Misschien werd zelfstandigheid bewonderd. Of juist gehoorzaamheid.
Dat houdt niet in dat één compliment of één verwachting bepaalt wie iemand later wordt. Zo eenvoudig ligt het bij identiteitsontwikkeling niet. Maar gedrag dat consequent wordt gewaardeerd, aangemoedigd of juist ontmoedigd, kan wel bijdragen aan de manier waarop iemand zichzelf leert zien.
Ik ben degene die goed presteert.
Ik ben degene die voor anderen zorgt.
Ik moet sterk zijn.
Ik moet geen problemen veroorzaken.
Een kwaliteit kan zo geleidelijk onderdeel worden van een identiteit.
We identificeren ons en vergelijken ons
Familieleden zijn ook referentiepersonen. Een oom die succesvol ondernemer is. Een tante die tegen alle verwachtingen in haar eigen weg kiest. Een grootouder die buitengewoon sociaal betrokken is. Een oudere broer die intellectueel uitblinkt.
Je hoeft niet eens een warme relatie met iemand te hebben om door die persoon beïnvloed te worden. Iemand kan iets vertegenwoordigen wat je aantrekkelijk vindt en daarmee richting geven aan wat jij zelf wilt bereiken.
Daarmee komt ook sociale vergelijking in beeld. We kijken niet alleen naar wie we bewonderen, maar ook naar onze eigen positie ten opzichte van anderen. Een interessante gedachte die daaruit voortvloeit is daarom: emotionele nabijheid en ontwikkelingsinvloed zijn niet hetzelfde.
Iemand kan heel dichtbij staan en nauwelijks richtinggevend zijn. Iemand anders kan relatief ver weg staan en toch een belangrijk referentiepunt worden.
We nemen rollen in
Binnen families reageren mensen voortdurend op elkaar. Dat is de reden waarom min of meer vaste posities kunnen ontstaan.
Wanneer er thuis regelmatig spanning is en één kind ontdekt dat het met humor iedereen weer aan het lachen krijgt, kan dat gedrag zich herhalen. Een ander probeert conflicten te voorkomen en wordt de vredestichter. Weer een ander neemt vroeg verantwoordelijkheid en wordt degene op wie iedereen kan rekenen.
Gedrag kan door herhaling een patroon worden. Een patroon kan een rol worden. En een rol kan uiteindelijk onderdeel worden van het zelfbeeld.
Daar zit een interessante dubbelheid in. De vredestichter kan later een uitstekende bemiddelaar worden, maar misschien moeite hebben zelf een conflict aan te gaan. De helper kan uitzonderlijk zorgzaam zijn, maar moeite hebben om hulp te ontvangen. De verantwoordelijke kan zeer betrouwbaar worden, maar het moeilijk vinden om iets uit handen te geven.
Wat ooit functioneel was, kan later zowel kwaliteit als beperking worden.
We erven ook verhalen
Families geven niet alleen gedrag door. Ze geven ook verhalen en overtuigingen door.
“Bij ons wordt hard gewerkt.”
“Wij geven niet op.”
“Familie laat elkaar nooit vallen.”
“Doe maar gewoon.”
“Je moet zorgen dat je onafhankelijk blijft.”
“Over gevoelens praten wij niet.”
Sommige boodschappen worden letterlijk uitgesproken. Andere hoef je nooit te horen om toch te weten dat ze gelden. Zo kan binnen een familie een impliciet beeld ontstaan van wat normaal, wenselijk, veilig, verstandig of succesvol is. Je zou dat een familieparadigma kunnen noemen: een min of meer vanzelfsprekende manier waarop binnen een familie naar het leven wordt gekeken.
Later kunnen we zo’n verhaal voortzetten. Maar we kunnen het ook ter discussie stellen, aanpassen of zelfs radicaal herschrijven.
Op de foto hierboven zie je me aan het werk als biografisch interviewer van een lieve vrouw, die jarenlang directeur was van een van de grootste zorginstellingen van Nederland.
Naar wie beweeg je toe …en van wie juist vandaan?
Er is nog een andere manier om naar familie-invloed te kijken.
Stel je de mensen uit je familie eens voor. Niet alleen je ouders, maar ook grootouders, broers en zussen, ooms en tantes en misschien andere familieleden die tijdens je jeugd regelmatig aanwezig waren. Dan zijn grofweg drie richtingen van invloed te onderscheiden.
De eerste is aantrekkende invloed. Sommige mensen vertegenwoordigen iets wat je bewondert of nastrevenswaardig vindt. Misschien hun ondernemerschap, intelligentie, warmte, creativiteit, onafhankelijkheid, maatschappelijke betrokkenheid of levensmoed. Bewust of onbewust ontstaat de gedachte: daar wil ik iets van meenemen.
Daarnaast bestaat zwakke of perifere invloed. Sommige mensen horen vanzelfsprekend bij je familiegeschiedenis en kunnen zelfs dierbaar zijn, maar lijken voor de koers van jouw leven nauwelijks richtinggevend te zijn geweest. Ze zijn onderdeel van het landschap, maar niet noodzakelijk van het kompas.
En dan is er afstotende of contrasterende invloed. Mensen kunnen juist belangrijk voor onze ontwikkeling worden doordat we afstand willen nemen van wat zij vertegenwoordigen.
Bijvoorbeeld iemand die als kind dacht: zo wil ik later nooit met mijn kinderen omgaan. Of: ik wil nooit zo afhankelijk worden. Of: ik wil niet mijn hele leven werk blijven doen waar ik ongelukkig van word. Of eenvoudig: wat er ook gebeurt, zo wil ik niet worden.
Dat levert een merkwaardige paradox op:
Ook iemand op wie je absoluut niet wilt lijken, kan grote invloed hebben op wie je wordt. Identiteit ontstaat dus niet alleen door identificatie. Ze kan ook ontstaan door afgrenzing.
Mensen passen niet in drie hokjes
Toch zou het te simpel zijn om vervolgens ieder familielid het etiket aantrekkelijk, perifeer of afstotend te geven. We reageren namelijk niet alleen op personen, maar ook op eigenschappen van personen.
Je kunt de werklust van je vader bewonderen en zijn omgang met conflicten afwijzen. Je kunt de zorgzaamheid van je moeder willen behouden en haar bezorgdheid juist niet willen overnemen. Je kunt onder de indruk zijn van het professionele succes van een oom en tegelijkertijd weinig affiniteit hebben met zijn levensstijl.
Daarmee wordt familie-invloed veel interessanter. We nemen onze relationele erfenis niet noodzakelijk als één pakket over. We selecteren. Sommige dingen nemen we mee. Tegen andere zetten we ons af. Sommige eigenschappen geven we een nieuwe vorm. En weer andere blijken pas veel later betekenis voor ons te hebben.
Dat maakt de vraag “Op wie lijk jij?” eigenlijk te eenvoudig. Interessanter is: Wat heb je van wie meegenomen — en waarvan heb je geprobeerd je juist te verwijderen?
Niet iedere familiedynamiek is onschuldig
Bij dit onderwerp hoort tegelijkertijd een duidelijke grens. Wanneer we over familiedynamiek spreken, gaat het vaak over gewone menselijke verschijnselen: verwachtingen, loyaliteiten, conflicten, rollen, afstand, nabijheid, waardering en teleurstelling. Maar binnen families kunnen ook geweld, misbruik, dwang en andere ernstige grensoverschrijdingen voorkomen.
Die ervaringen moeten we niet reduceren tot interessante voorbeelden van “familiedynamiek”. Dan is er iets van een andere orde aan de hand. Veiligheid kan belangrijker worden dan verbondenheid en soms kan professionele ondersteuning noodzakelijk zijn. Ook afstand nemen of contact verbreken kan onder bepaalde omstandigheden een noodzakelijke keuze zijn.
Familie beïnvloedt ons, maar daaruit volgt nooit de verplichting dat iedere familieband behouden moet blijven.
Gevormd betekent niet bepaald
We worden allemaal gevormd door de mensen tussen wie we opgroeien. Maar gevormd zijn is iets anders dan bepaald zijn. Je kunt bijvoorbeeld zorgzaamheid, humor, arbeidsethos, creativiteit, zelfstandigheid of doorzettingsvermogen hebben meegekregen. Tegelijkertijd kunnen juist die kwaliteiten een keerzijde hebben. Prestatiegerichtheid kan je ver brengen en tegelijkertijd het gevoel veroorzaken dat je jezelf voortdurend moet bewijzen. Zorgzaamheid kan omslaan in jezelf wegcijferen. Zelfstandigheid kan kracht geven en het moeilijk maken hulp te vragen.
Volwassen worden betekent daarom misschien niet dat we onze familie achter ons laten. Het betekent eerder dat we geleidelijk een eigen positie innemen tegenover wat we hebben meegekregen.
Niet alles behouden. Niet alles afwijzen. Maar steeds beter onderscheiden: dit hoort bij mijn geschiedenis — en dit kies ik vandaag zelf.
Tussen mij en ons
Over precies dit spanningsveld gaat mijn lezing Tussen mij en ons – Waarom je bij je familie soms weer wordt wie je vroeger was. Mijn invalshoek is biografisch. Als filmmaker heb ik veel mensen uitgebreid over hun levensloop gesproken. Daarbij werd keer op keer zichtbaar hoe dicht een individueel levensverhaal aan schuurt tegen de verhalen van ouders, grootouders, broers, zussen en andere belangrijke mensen.
Het wordt beslist geen therapiesessie en ook geen theoretisch college. Psychologische inzichten kunnen helpen om bepaalde mechanismen beter te begrijpen, maar centraal staan levensverhalen, herkenning en gesprek. Ook ervaringen van mensen in de zaal die iets van het verhaal herkennen kunnen waardevolle bouwstenen opleveren.
Er is ruimte voor vragen en ervaringen uit de zaal. Niet om elkaars familie te analyseren of problemen ter plekke op te lossen, maar omdat het verhaal van een ander soms ineens iets zichtbaar maakt in je eigen geschiedenis.
De kans is redelijk aanwezig dat je na afloop niet naar huis met een definitief antwoord op de vraag waarom je bent wie je bent. Maar misschien kijk je wel anders naar de mensen tussen wie je jezelf geworden bent.
Naar wie bewoog je toe? Van wie wilde je juist vandaan? Wat heb je meegenomen? Wat heb je achtergelaten? En wat wil je inmiddels zelf kiezen?
Leuk als je erbij bent de 26ste. Je kunt je hier inschrijven.